Joggings
Joggings
Vind ons op Facebook

Vorige berichten

Gedragscode

ACDL-VAL

In samenwerking met de Vlaamse Atletiekliga is een gedragscode opgesteld voor atleten, ouders en supporters:

Atleten

Attitude

1. We staan voor fairplay tegenover tegenstander, scheidsrechter en publiek.
2. Aanvaard de beslissingen van de juryleden.
3. Onsportiviteit van een ander is nooit een reden om zelf onsportief te zijn.
4. Wijs een medespeler op onsportief of onplezierig gedrag.
5. Merk je dat iemand niet goed in zijn vel zit? Meld het aan de trainer of iemand die je vertrouwt. Pesten is verboden! Pesten en plagen zijn twee verschillende dingen. Maak het onderscheid. Heb je het gevoel gepest te worden? Probeer te achterhalen wanneer en waarom. Je hebt een keuze: speel je slachtoffer of doe je er iets mee? Pesten is actie en reactie: niet reageren of met humor reageren kan werken! Houdt het pesten aan? Neem een volwassene in vertrouwen en bespreek het.
6. Ben je nieuw in de groep? Doe de moeite de anderen te leren kennen en geef iedereen de kans om jou te leren kennen.
7. Je komt trainen, dus je bent gemotiveerd. Toon dat ook!

Training

8. Kom op tijd op training, dat wil zeggen minstens vijf minuten op voorhand ben je aanwezig zodat de training op tijd kan starten. Kom je toch te laat? Excuseer je dan bij de trainer.
9. Maak met je trainer duidelijke afspraken betreffende aanwezigheden op trainingen en wedstrijden. Kan je eens niet komen? Verwittig dan zelf je trainer via telefoon, sms, mail, … .
10. Hoewel we een individuele sport beoefenen vormen we een team, op en naast het veld.
11. Plezier beleven tijdens de training màg, wees eerlijk in wat je voelt en doet tijdens je sport, pas dan kun je goed presteren.
12. Als je iets niet goed begrijpt, vraag dan uitleg. Volwassenen hebben vaak een andere en ingewikkelde manier van praten, maak je daar niet te snel zorgen over.

Wedstrijden

13. Wees blij met een overwinning, laat je niet ontmoedigen door een tegenslag.
14. Als je verliest, wens je tegenstander dan proficiat met een glimlach.
15. Heb respect voor jezelf, je medespelers, je trainer, de scheidsrechter, alle anderen en het materiaal waar je mee omgaat. Ook als je wil winnen.
16. Je best doen kan iedereen, winnen kan er maar één. Sluit je wedstrijd af door te benoemen wat je goed gedaan hebt.
17. Voel je voor een wedstrijd stress, dan geven we je de volgende tips: voer de taken uit die je afspreekt met je trainer en dan zal het resultaat wel volgen. Je wat zenuwachtig voelen voor een wedstrijd is normaal, er negatief over denken maakt het nog moeilijker om goed te presteren. Richt je gedachten op jezelf en wat controleerbaar is: je voorbereiding, je zelfcontrole, je gedrag.

Materiaal

18. Sportaccommodatie, kleedkamers en het materiaal worden altijd proper en ordelijk achtergelaten.
19. Neem geen dingen van een ander, dat is stelen.

Gezondheid

20. Meld blessures meteen aan de trainer, jij bent diegene die de pijn voelt. Vertel duidelijk wat je voelt. Verzorg de blessure goed, ook een blessure is hard werken, discipline en geduld. Volg de adviezen van je arts of trainer goed op. En kop op: na regen komt zonneschijn.
21. Lichamelijke hygiëne is belangrijk. Douche na het sporten.
22. Eet gezond en drink voldoende, zowel buiten als tijdens het sporten.
23. Houd er rekening mee dat bepaalde medicamenten als doping worden gezien. Vraag dus steeds voldoende informatie aan je arts of apotheek. Alcohol, tabak en drugs gaan niet samen met sport.

Ouders

Attitude

1. Als een kind niet wil deelnemen aan sport, is daar een reden voor. Forceren helpt niet.
2. Kinderen sporten voor hun plezier, niet voor dat van jou. Jouw kampioen is in de eerste plaats jouw kind, pas daarna atleet.
3. Moedig je kind aan de regels te volgen (zowel reglement als gedragscode).
4. Ondersteun alle pogingen om positief gedrag te stimuleren en negatief gedrag te voorkomen.
5. Elk kind is welkom bij deze sportclub. Ouders kunnen hun eigen kinderen stimuleren om te sporten. Als ouder mag je echter geen handelingen stellen die een afbreuk zijn voor andere jongeren.
6. Een gesprek werkt, een verwijt niet.
7. Aan één trainer heeft je kind ruimschoots voldoende. Jouw taak als ouder is belangrijker: ouders oordelen niet. Ze ondersteunen. Jouw kampioen weet trouwens vaak zelf heel goed wat hij/zij moet doen.

Training

8. Jouw kind moet op tijd op training zijn, help daar ook aan mee.
9. Accepteer de beslissingen van de trainer. Ga je niet akkoord: spreek hem of haar er dan onder vier ogen over aan en kies hiervoor een geschikt moment.
10. Erken de waarde en het belang van (vrijwillige) trainers. Zij geven hun tijd en kennis om het sporten van jouw kind mogelijk te maken.
11. De trainer is geen helderziende: durf op een gepaste manier te zeggen wat je denkt en voelt. Vertel je trainer bijvoorbeeld wanneer iets werkt voor jou, hij zal er positief op reageren. Maak ook (beleefd) duidelijk wanneer de trainer iets zegt of doet waarbij je je onprettig voelt.

Wedstrijd

12. Kinderen willen niet altijd winnen, ze willen vooral plezier maken. Toon als ouder ook een glimlach als het even niet zo goed gaat. Verander een nederlaag in een overwinning door op andere zaken te wijzen.
13. Leer je kind dat eerlijkheid en inzet belangrijker zijn dan winnen.
14. Val een jurylid nooit in het openbaar aan en trek de integriteit van de juryleden niet in twijfel.
15. Check wat je kind leuk vindt aan je reacties na de wedstrijd.

Materiaal

16. Spreek jouw kind aan als het onrespectvol omgaat met het materiaal, met teamgenoten of anderen.

Gezondheid

17. Zorg dat je kind voldoende rust en een goede voeding krijgt, dat zijn de basisvoorwaarden om te groeien, zowel fysiek, psychisch als in prestaties. Probeer zelf een voorbeeld te zijn.
18. Laat je kind ontwikkelen volgens de sportieve fasen die eigen zijn aan de leeftijd. Praat hier eventueel over met de trainer, hij is de expert.

Supporters

Attitude

1. Denk eraan dat de jeugd voor haar eigen plezier deelneemt aan georganiseerde sportbeoefening. De jeugd doet dit niet voor uw vermaak, noch zijn de sporters miniprofsporters.
2. Gedraag u op uw best. Vermijd het gebruik van grove taal en het beledigen of belagen van atleten, trainers of juryleden.
3. Veroordeel elk gebruik van geweld.
4. Zorg ervoor dat uw gedrag sportief is. Goed voorbeeld doet goed volgen.
5. Laat geen rommel achter!
6. Wijs medesupporters en anderen op een rustige manier op een fair gedrag.

Wedstrijd

7. Geef applaus bij een goede prestatie van zowel uw eigen atleet als van andere atleten.
8. Toon respect voor tegenstanders/tegenspelers. Zonder hen zou er geen wedstrijd zijn.
9. Maak een kind nooit belachelijk en scheld het niet uit als het een fout maakt gedurende een wedstrijd.
10. Respecteer de beslissing van de juryleden.
11. Moedig de jongeren altijd aan om zich aan de spel-/wedstrijdbepalingen te houden.